maandag 10 januari 2011

Vrijheid (ongenuanceerd, maar wel een belangrijke drijfveer) 5 december 2005

Ik ben een vrouw. Ik ben geëmancipeerd. Ik leef in een vrij land. Ik ben vrij! De last van het grootbrengen van mijn kind wordt van mijn schouders genomen. Ik moet werken, want ik ben vrij. Leve de vrijheid!
De kinderen kunnen met zes weken de opvangmachine in. Zo’n achtien jaar later komen ze eruit. Kant en klaar gestoomd, egaal bruin gebakken, pasklaar, zonder al teveel verschil in kwaliteit. Gevormd en goed gedrild, want dat is nu weer helemaal in.
Normen en waardenherstel vraagt om ijzeren discipline, van bovenaf. Niet denken, maar luisteren! Absolute gehoorzaamheid!
Een beetje discipline kan geen kwaad, beaamt een oma wachtend bij de bijna verlaten schoolpoort. De kinderen verdwijnen massaal in het busje richting naschoolse opvang. Als varkens en kippen naar de bioindustrie.
We broeden zo uitstekend werkvolk. Een keurige hiërarchie. Vele handen maken licht werk, sommigen mogen zelfs wat commanderen. Een, twee in de maat, anders wordt de juffrouw kwaad!

De kinderen? Deze onvolmaakte volwassenen. Deze dure handenbinders zijn volgens onze christelijke kerk in zonde geboren. Zou dit de achterliggende gedachte zijn. Het verklaart misschien waarom zoveel scholen op strafkampen lijken, waar de wil van deze kleine potentiële crimineeltjes meteen verpletterd dient te worden. Meteen in de kiem smoren, zo worden het tenminste gezonde hollandse jongens en meisjes. Stel je voor dat ze zich zouden ontwikkelen als zelfstandige denkers.Dat geeft alleen maar problemen. Kijk maar naar de jaren zestig en zeventig. Allemaal watjes, empathie is voor losers.

Vrijheid, democratie. Keuze genoeg als het om kopen gaat, Je mag, wanneer je groot bent, bijna alles zeggen wat je wilt, er is toch niemand die luistert. We mogen stemmen, niet dat dit veel zal uitmaken (gniffelen Aartsen en Zalm, haha!).
Als lemmingen storten we ons in deze machinerie. Niet denken, niet zeuren, werken en kopen. We zijn vrij, jij ook vrouw! Laat het moederschap nu maar over aan deskundigen, stuur je kind later maar een mailtje. Strijk die wasmand nu nog even leeg. Wat eten we vandaag?

Je bent vrij! Wij zijn democratisch, je bent vrij of ik schiet!
Hup in de rij, want wij zijn vrij!

En kindertjes als jullie nu braaf zijn, komen jullie later misschien ook vrij!

Het wil niet nog niet zo vlotten 25 november 2005

Mijn allereerste blogje:

Ooh, bij mij mislukt alles, ehi, ehi, oh, schuivende stoelen en steeds luider gejammer. Het wil niet vlotten met het bouwen van een legohuis.Het dak stort steeds in, de neus wordt een aantal malen flink opgehaald, en moeders zit maar achter de computer.
Yes, het huisje is klaar, de geluiden klinken nu veel opgewekter. Eindelijk vind ik een moment om dit weblog in te wijden. Ik heb net uren verdaan met het achterhalen van een computerprobleem. Ik kan geen emails meer ontvangen. Na allerlei configuraties en andere duistere activiteiten bedacht ik me, dat de homepage van mijn internetprovider misschien uitkomst kon bieden. Wat blijkt? Er is gewoon een storing. Zucht. Computers.....

Het gras aan de overkant... 28 mei 2006

Je zult maar een grasspriet zijn
geboren op het pad
vertrapt worden
bij elke stap
bespoten met gif en
begoten met kokend nat.





Uit de serie: Het kan altijd erger!
Therataal 2006

We leven wel in Utopia! 25 mei 2006

Het regent, ook hier. Geen harde regen, maar zo´n miezerige grijze wolk van vocht.
Het geeft niets, ik heb een regenjas aan en hoge rubberen laarzen. Billy heeft er ook geen last van en loopt vrolijk rond te snuffelen.

Mijn gedachten dwalen af. Op een blog heb ik nogal een idealistische reactie gegeven. Ik verwacht een venijnig antwoord. “Theatraal, we leven niet in Utopia!”

Ik werp een steentje voor Billy, zij rent het achterna, het hoge gras naast de sloot in.

“We leven wel in Utopia!”, antwoord ik in gedachten, “We zien het alleen niet.”

Een eend vliegt hevig protesterend omhoog uit het gras. “Billy, Billy, kom!” en ik gooi een modderig steentje de andere kant op. Ze rent er blij achteraan.

“Toen Eva de appel plukte, werden we niet door God het paradijs uitgeflikkerd, we deden het zelf. Uit hebzucht zagen we niet meer, dat we in het paradijs woonden. We draaiden het de rug toe. We gingen bezittingen vergaren, dit is van mij, dat is van jou. We legden grenzen om onze bezittingen te beschermen. Wie het meeste had werd het meeste waard. We gingen ruilen en verzonnen iets dat geld moest voorstellen. We gingen met elkaar vechten om meer. Er werden manieren gevonden om anderen te onderdrukken, bang te maken, aan ons te verplichten. We werden bang voor de dood. We zagen niet meer dat het leven gewoon een ballonnetje is, waar in geknepen wordt, zo´n flubbel die uitsteekt en daarna, plop, weer deel uitmaakt van het geheel.”

Ik neem Billy aan de lijn. We lopen de polder uit, door een druipend bosje langs de paardenwei, naar het bakstenen weggetje, glimmend van het nat. Ik geniet van de geur van opgefriste bloesem en humusrijke grond. Een put toont dat de riool de grote hoeveelheid water niet aan kan, een misselijkmakende walm stijgt omhoog.

“We maken een denkfout, we leven in het paradijs, we weten het alleen niet. We denken dat we eruit gegooid zijn.We hebben de symboliek verkeerd begrepen, buiten onszelf gelegd.”

Een vogel vliegt laag over. Pfletsj, boven op mijn hoofd.

“Maar het is hier dan ook niet helemaal perfect!”

Tante Frans 22 mei 2006

Je lag omringd met
doorzichtig engelenhaar
breekbaar broos als glas.

Jij, vrouw wier leven
vol met moeilijkheden was
Een hart vol blijheid had,
liefhebbend en geen
verjaardag van ons ooit vergat

´s Nachts bij ons afscheid
wachtten ze blij op de gang
Oom Ad en opa
oma en pappie
Ik weet het ze stonden er
jij zag ze allang.

Een glimlach verscheen
op jouw vertrokken gezicht 

Je bent mee gegaan